Categories

Archive

Disclaimer

De meningen ge-uit door medewerkers en studenten van de TU Delft en de commentaren die zijn gegeven reflecteren niet perse de mening(en) van de TU Delft. De TU Delft is dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van hetgeen op de TU Delft weblogs zichtbaar is. Wel vindt de TU Delft het belangrijk - en ook waarde toevoegend - dat medewerkers en studenten op deze, door de TU Delft gefaciliteerde, omgeving hun mening kunnen geven.

De bonbonnière van Loosdrechts porselein informatie

       

Dit kommetje met deksel is afkomstig uit het magazijn van het Booijmans van Beuningen museum te Rotterdam.  Het is gemaakt van Loosdrechts porselein en stamt uit ongeveer 1780. De hoogte en diameter bedragen beide 8 cm.

Het fond is koningsblauw, versierd in goud, een decoratie die aan Sèvres porselein doet denken. In ovale cartouches op de kom en het deksel zijn ‘trompe l’oeil’ voorstellingen (‘schijnbedriegertjes’) aangebracht waarop een stapeltje prenten is weergegeven, die liggen op een houten ondergrond. De illusie wordt gewekt dat de kaarten echt op het hout liggen. Ze lijken uit het potje te komen.

 Loosdrechts Porselein

Loosdrechts porselein is zoals de naam al aangeeft afkomstig uit Loosdrechts en was een initiatief van dominee Johannes de Mol. Met het overnemen van de Weesper fabriekinventaris had hij niet alleen voor ogen om mooi porselein te fabriceren, maar ook om de plaatselijke werkeloosheid en armoede aan te pakken. Hiervoor bracht hij een samenwerking in gang tussen ervaren buitenlandse werknemers en lokale, die weren opgeleid voor de porseleinproductie.

In 1774 kocht De Mol een partij klei uit de kelders ven het Muiderslot op. Deze eerste proefonderneming, die hij samen met de Franse vakman Gerverot ondernam, bleek succesvol. Daarom besloot hij in Oud-Loosdrecht een eigen fabriek te beginnen, waar 60 mannen en 25 kinderen werkten. Deze fabriek leverde een erg grote productie met grote variatie aan voorwerpen op.

 

 

Toch liep De Mol al snel tegen de problemen van hoge productiekosten, sterke buitenlandse concurrentie en een te klein afzetgebied op. In 1782 deed hij de fabriek over aan Amsterdamse geldschieters en kort daarna overleed hij. Het bedrijf werd in 1784 naar Ouder- en Nieuwer-Amstel verplaatst. 

De vormentaal die in Loosdrecht werd gebruikt behoort tot de Lodewijk XVI-stijl. Deze stijl is sober en symmetrisch en wordt gekenmerkt door classistische versieringen. Verder is het porselein te herkennen aan de eigen oren van de koffie- en theepotten. De producten werden vaak beschilderd in het blauw en bij veelkleurige beschildering werd vaak goud gebruik. Daarnaast is typisch voor Loosdrecht dat decors in slechts één kleur werden geschilderd, waarbij het bietenrood het meest voorkwam. De decors bestonen uit lanschappen geïnspireerd op de omgeving, maar het meest voorkomende was de bloem.

Loosdrechts Porselein is te herkenen aan de letters M:OL. Dit teken stond niet alleen voor de naam van de dominee, maar was ook een afkorting van ‘Manufactuur Oud Loosdrecht’. Tegenwoordig is dit porselein in verschillende musea te bewonderen waaronder het Rijksmuseum, maar ook het Gemeentemuseum Weesp, het Loosdrechtse Kasteel Sypesteyn, het Markiezenhof te Bergen op Zoom en de Historische Kring Loosdrecht.


Thee servies in de 18de eeuw


 

In het begin van de 18de eeuw komen luxe artikelen als thee meer in algemeen gebruik. Theegerei werd in eerste instantie gekopieerd naar Chindees voorbeeld, maar als spoedig werd de theepot van zilver gemaakt met een vorm die van de eenvoudig ronde Chinese theepot afwijkt. Ook de theebus is meestal van zilver.

De melkkan en suikerpot zijn naar Europees voorbeeld, aangezien dit in China niet in de thee werd gedronken. De suikerpot bestond uit een open bakje. Ook het theelepeltje ontstaat dan.

 

Thee drinken in de 18de eeuw

 

Voor het drinken van thee werden in de 18de eeuw verschillende attributen gebruikt. Allereerst het trekpotje waaruit het sterke thee-extracht in de kopjes werd geschonken. De waterketel werd op een theestoof met een bakje gezet om de kopjes met heet water te kunnen vullen. Na het theedrinken werd de spoelkom gebruikt om de theebladeren uit het kopje te verwijderen. De pattipan was een onderschoteltje voor de theepot, die als lekbakje diende voor de theedruppels  die van de tuit vielen.


Be Sociable, Share!

Leave a Reply

© 2011 TU Delft